[0]

Waar is de Ulbe in ons?

Het is 1811. Te vaak raken hele gezinnen aan de bedelstaf als hun boerderij door hooibroei of onweer in brand is gevlogen. In het Friese dorpje Achlum ziet boekhouder Ulbe Piers Draisma in dat het zo niet langer kan. Hij sticht de Onderlinge Waarborgmaatschappij ‘Achlum’. Iedere maand leggen de leden, 39 boeren en notabelen, een paar stuivers in de gezamenlijke pot en staan zo garant voor elkaar. Zo begon 200 jaar geleden in Achlum verzekeren zoals Achmea het in 2011 nog altijd ziet: samen het risico dragen als een enkeling schade lijdt.

Het is 2011. Zaterdag 28 mei om precies te zijn. Ik bevind mij in het Friese dorpje Achlum waar ik samen met mijn vriendin te gast ben op de ‘Conventie van Achlum’. Op deze groots opgezette conferentie brengt Achmea opinieleiders, politici, ondernemers, wetenschappers, journalisten, studenten en andere geïnteresseerden bij elkaar om een gezamenlijke visie op de toekomst van Nederland te formuleren. Gezien het programma belooft het een mooie dag te worden. Gelukkig maar, want het ziet ernaar uit dat we het vandaag van het weer niet gaan hebben. Het is zwaar bewolkt, hier en daar vallen er al wat druppels uit de lucht en het waait hier als een gek.

Het is Herman van Veen ook opgevallen dat het waait, alleen articuleert hij het in het interview met Arie Boomsma anders, iets in de trant van: “Toen ik over de afsluitdijk reed wist ik weer dat ik in het Friese land was, Texel waaide bijna in mijn oog”. Wat is het toch fantastisch om naar die man te luisteren, alleen al om zijn stem. Maar ook zijn woorden wisten mij te bekoren. Herman vertelt niet over maar vanuit zichzelf, recht vanuit zijn hart, ervaring en verleden. En dat werkt goed bij mij. Bijvoorbeeld, hoe hij bevlogen vertelt over hoe hij kan genieten van zijn kleinkinderen als zij iets voor het eerst meemaken. Hoe hem dat helpt zelf alles zoveel mogelijk voor het eerst te (blijven) zien. Verwondering uit zich voor Herman ook in het stellen van de ‘waarom’ vraag. Een dialoog begint met de ander écht willen begrijpen. Hij wijst er ons op dat daarom zijn alter ego, Alfred Judocus Kwak, altijd zoveel vragen stelt. Nu hij het zegt, dat is er inderdaad zo een(d)tje... 

Het is jong én oud. Volgens Herman zijn de meeste problemen van de baan als we ervoor zorgen dat onze kinderen én de ouderen het goed hebben. Door naar hen te luisteren en hen te geven wat zij nodig hebben. Want dat is uiteindelijk in ons eigen belang. We denken vooral dat we dit in Nederland eigenlijk best goed voor elkaar hebben, maar de praktijk is vaak anders. Zo worden ook bij ons de rechten van kinderen (vaak van vreemdelingen) nog steeds met voeten geschreden. En kunnen lang niet alle ouderen van een waardige oude dag genieten. Ineens dringt het tot me door waarom Herman diverse prestigieuze prijzen ontving voor zijn inzet voor de medemens(jes). En waarom ze hem in Frankrijk een ‘tedere anarchist’ noemen. Hij is écht.

Het is Ivo van Woerden ook écht te doen om een waardige oude dag voor iedereen. Zo echt dat hij zelfs undercover ging in de ouderenzorg en er een (dag)boek over schreef. Ivo vertelt zijn (letterlijk) indringend verhaal in de huiskamer van een gastvrije Achlumer, waar we met zo’n 15 mensen in een kring zitten. Hij begint met het delen van een bezorgdheid, die hem in de auto hiernaartoe overmande: “Ik wil jullie niet teleurstellen maar ik heb de oplossing niet”. Maar dat er een oplossing nodig is, blijkt uit het schrijnende relaas van deze ex-verpleger. De wantoestanden die hij beschrijft passen bij het beeld dat ik heb van ouderenzorg van voor de jaren vijftig. Ik ga ze hier niet beschrijven, dat kan Ivo als journalist bij HP/De Tijd immers veel beter zelf. Lees voor een impressie zeker zijn serie artikelen in HP/De Tijd (deel 1 en deel 2). 

Het is de huiskamersfeer die er mede voor zorgt dat de aanwezigen, voornamelijk mensen uit de zorg of juist ervaringsdeskundigen (of slachtoffers) ervan, met elkaar in gesprek gaan. Al snel passeren de grote problemen de revue, zoals de gebrekkige financiering met perverse prikkels, de kostenbesparingen (mede als gevolg daarvan), het wanbestuur van incompetente (zorg)managers en natuurlijk de hoge werkdruk. De vrouw des huizes, ooit nog zorgmanager, roept vanuit haar onmacht zelfs op dat we dit niet langer moeten pikken. En gelijk heeft ze. Maar het zijn wel net allemaal zaken waar we zelf weinig aan kunnen doen. 

Het is de Ulbe in ons die ervoor moet zorgen dat er ook daadwerkelijk wat verandert. Dat ieder doet wat binnen de eigen mogelijkheden ligt, hoe klein ook. Zo heeft de Ulbe in Ivo ervoor gezorgd dat hij undercover ging en nu een spraakmakend verhaal te vertellen heeft. Zelf ben ik nog aan het bekijken hoe de Ulbe in mij daarbij kan helpen. Wat ik in ieder geval kan, is zijn verhaal nog spraakmakender maken door het zoveel mogelijk podium te geven. Dus bij dezen: lees zijn boek en boek hem als spreker! En boek meteen ook de Ulbe in jou...


Opmerkingen

Er zijn geen opmerkingen bij dit bericht.

Opmerking toevoegen

Titel


Hoofdtekst *


Bijlagen

CAPTCHA
Change the CAPTCHA codeSpeak the CAPTCHA code